Dichte moerasrand. Riet, zegge, lisdodde, natte ruigte. Slootkanten met flauwe oevers en rommelige hoekjes waar niemand elke week doorheen jaagt. In tuin of park: vijver met rietkraag en een strook die je gewoon laat gaan. Op erf en in landbouwgebied: natte greppels, kruidenrijke perceelranden en winterse waterstand die niet meteen strak wordt weggetrokken.
Alleseter: insecten, larven, slakjes, wormen, aas. Lust plantenscheuten en wortels, maar pakt ook wel eens een kikker of kuiken. Daarmee laat hij zien dat je natte natuur nog werkt. Wordt zelf gegeten door roofvogels en zoogdieren; een handige schakel in het moerasmenu.
Vrij schaarse broedvogel. Het hele jaar te vinden, maar meestal hoor je ’m eerder dan je ’m ziet. De meeste van onze broedvogels brengen de winter in zuidelijker streken door, maar hun plaats wordt ingenomen door vogels uit Noord- en Oost-Europa.
Zeldzaam en verborgen. Lokaal aanwezig waar rietland en natte ruigte de ruimte krijgen.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Waterral dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.