Rust. Echt rust. Natte moerassen, veen, ruige randen en ondiep water om te slapen. Overdag graag open plekken om te foerageren. Help ’m door natte stukken nat te laten: slootkanten niet strak maaien, greppels niet dempen, plas-dras maken waar het kan. In landbouwgebied: brede natte bufferstroken langs sloten, minder vroeg maaien, minder drukte rond natte percelen.
Kraanvogels zijn graadmeters voor gezonde moerasnatuur. Ze eten zaden, knollen, bessen, insecten en soms een muis of kikker. Door te scharrelen houden ze het moeras “open” en verspreiden ze zaden. Kuikens hebben een gedekte tafel aan insecten nodig: kruidenrijke, natte randen maken het verschil.
Vooral maart–april en oktober–november op doortrek. Kleine aantallen broeden, met name in rustige hoogveen- en moerasgebieden.
Zeldzaam. Broedvogel in opbouw, maar kwetsbaar door verstoring en verdroging.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.