Open, droog tot licht vochtig boerenland met rommelige randjes. Korte stukken kruidenrijk gras naast stroken ruigte waar je bijna níet doorheen wil lopen. Laat bermen en slootkanten staan tot na juli. Maai gefaseerd: nooit alles in één keer. Hoog gras, brandnetel, distel, klaver, weegbree. En hou het ’s nachts donker: minder lampen, meer kwartelrust.
Eet vooral zaden en jonge scheuten, in het broedseizoen ook insecten en larven. Daarmee helpt hij insectenpieken temmen én verspreidt hij zaden via zijn geknoei en gekrab. Kwartels zijn ook prooi voor roofvogels en vossen: zonder kwartel wordt het stiller én armer in de voedselketen.
Vooral van april tot september. Trekvogel. De roep hoor je vaak ’s avonds en ’s nachts, verstopt in het gras.
Zeldzame, sterk afgenomen broedvogel. Afhankelijk van kruidenrijke, laat gemaaide landbouw en ruige randen.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.