Steile, kale oevers aan schoon, rustig water. Denk sloot, beek, vijverrand, parkwater. Met overhangende takken om vanaf te vissen. Help ’m: laat één oeverstukje natuurlijk en rommelig. Geen beschoeiing, liever een afkalvend kantje. Leg een tak schuin over het water als uitkijkpost. Houd waterpeil zo stabiel mogelijk in droge tijden.
De ijsvogel is een lakmoesproef. Zit hij er, dan klopt er vaak meer: helder water, genoeg kleine vis, waterinsecten en rust. Hij jaagt op stekelbaarsjes en andere kleine visjes, soms ook waterinsecten. Sperwer en katten pakken ’m weleens; dekking met struiken langs de oever helpt.
Het hele jaar, strenge vorst kan 'm hard raken.
Broedvogel en standvogel. Aantallen schommelen sterk door winterkou en waterkwaliteit. In goede jaren lokaal verrassend talrijk.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.